Vietnam kookt op mest van eigen koe

Vuong Xuan Hung, een Vietnamese metselaarsbaas, vindt nieuwe klanten met zijn neus. Als hij in de dorpen rondom de hoofdstad Hanoi de stank van varkens- en koeienmest opsnuift, weet hij dat er werk aan de winkel is …

Nguyen The Anh, een boer die 3 koeien houdt en daarnaast nog wat rijst en maïs verbouwt, is 1 van zijn laatste klanten. Xuan Hungs dagloners hebben een groot gat gegraven op het kleine erf van The Anh in het Gia Lam-district van Hanoi. Daarin staan ze met bakstenen een rond reservoir op te metselen, waarin de mest van The Anhs 3 koeien zal worden opgevangen. Een ventilator brengt de metselaars koelte.

Hun helper, een oude man in blauwe overall met een doorleefd gezicht en een traditioneel hoofddeksel op, gooit de bakstenen ietwat roekeloos naar beneden. Een halve meter verderop, in een stal van 2 bij 3 meter, klinkt het schaamteloze gekletter van een koe die haar behoefte doet. Nu blijft de mest nog in de stal liggen, maar over een paar dagen, als de installatie klaar is, verdwijnt hij onder de grond en kan The Anh gaan koken op het gas dat uit de installatie opstijgt.

Dan moet ook de stank weg zijn. Een hele opluchting, want de koeien staan bij de Vietnamese keuterboeren bijna in de huiskamer en de boerderijen liggen in dorpjes aan nauwe straten op elkaar gepakt. Om die reden is het in Ho Chi Minh-stad (meer dan 6 miljoen inwoners) sinds kort verplicht een mesttank onder de grond te hebben voor iedereen die varkens houdt.

Biogasinstallatie

250 euro moet The Anh de metselaars betalen om van de stank bevrijd te worden – de grootste investering van zijn leven. Van het aankoopbedrag wordt 50 euro gesubsidieerd, vooralsnog met ontwikkelingshulp van de Nederlandse Overheid. ‘De rest heb ik geleend van mijn familie,’ zegt The Anh. Dat is nog steeds een enorm bedrag voor hem en de 27.000 andere boeren die een biogasinstallatie hebben laten aanleggen, want het gemiddeld jaarsalaris van een Vietnamees bedraagt 500 euro.

‘Ons wordt weleens verweten dat we niet de armste boeren bereiken,’ zegt Bastiaan Teune van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV, die het project (in totaal 167.000 installaties) op poten zet. ‘Maar we willen het project op een commerciële wijze kunnen uitvoeren. Dan zijn de boeren er ook zelf verantwoordelijk voor.’ De armsten worden volgens Teune bovendien wel bereikt via de 2.000 metselaars aan wie het project werk verschaft.

Maar als de volgende boer die bezocht wordt, in een gehucht verderop, ronduit rijk lijkt te zijn, zit SNV-medewerkster Tuyet Nga daar toch mee in haar maag. De boer, die 9 varkens houdt en daarnaast in het bestuur van de plaatselijke boerencoöperatie zit, heeft net een nieuw huis laten bouwen, 3 verdiepingen hoog, met een imposant trappenhuis en fraaie ornamenten van beton. In de woonkamer staat een grote televisie aan. ‘Dit is duidelijk geen arme boer,’ zegt Tuyet Nga. ‘Misschien moeten we maar eens verder.’

Mesttank

Buurvrouw Nguyen Minh is een stuk kleiner behuisd en wil graag een demonstratie geven van haar biogasinstallatie. Behalve haar ouders, man en kinderen, kijken op het erf 3 medewerkers van SNV, 2 ambtenaren van de provincie die ook aan het project meedoen en een journalist van de Vietnamese radio toe.

Sinds april heeft de boerin, die een fleurige oranje broek en trui draagt met katten erop geborduurd, haar installatie in gebruik. Een dunne pijpleiding verbindt de mesttank met haar gasstel (Newland Gas Table – Technology from Japan). Als ze het aansteekt komt er een mooie blauwe vlam uit. De boerin heeft meteen haar eerste moderne toilet laten aanleggen, dat eveneens op de biogasinstallatie is aangesloten. Behalve wat geknor, valt er van de 7 varkens, die midden tussen het toilet en de kookruimte in een nieuwe betonnen stal liggen, weinig te merken. Stank in ieder geval niet.

Voor de aanleg van de installatie eerder dit jaar kookte Nguyen Minh op hout. Het plafond werd erdoor zwartgeblakerd, het roet verhoogde de kans op ademhalingsproblemen. Minh en haar familie moesten het hout bovendien op het land verzamelen, of houtskool op de markt kopen. De installatie spaart haar maandelijks 6 dollar en een boel tijd uit.

Biogas

‘Om voldoende gas op te vangen om op te koken, zijn minimaal 5 varkens, 2 koeien of 1 olifant nodig,’ vertelt Teune op het biogaskantoor van SNV in Hanoi, op het terrein waar de Vietnamese regering in het verleden buitenlandse ambassades gedwongen huisvestte (de meeste ambassades hebben de modernistische gebouwen, waarvan de verf in rap tempo afbladdert, inmiddels verlaten). Hebben de boeren teveel gas, dan mogen de buren rijst bij hen komen koken – soms tegen betaling, meestal als gift.

‘Wat er in de biogasinstallatie overblijft, kan als mest op het land worden gebruikt, waardoor de opbrengst per are met naar schatting 20 procent toeneemt,’ vervolgt Tran Hai Anh, de Vietnamese coördinator van het project. En anders kunnen boeren die overgebleven mest nog altijd, om de kringloop helemaal te sluiten, aan de varkens voeren. Hai Anh schat dat de boeren door dit pakket aan voordelen hun investering binnen 3 tot 5 jaar terugverdienen.

Boerin Nguyen Minh kijkt er praktischer tegenaan: ‘Rijst koken gaat veel sneller op biogas en ik hoef nu niet meer op te letten of het vuur nog wel goed brandt.’ – Volkskrant, door Olav Velthuis [31.07.2007]