Vietnam ervaart crisis in de luwte

De crisis in Azië heeft ook toegeslagen in Vietnam. Dat uit zich in halfvoltooide bouwwerken en een sterk afgenomen economische actviteit. 350 buitenlandse kantoren zijn gesloten. ‘Maar we hebben de Amerikanen verslagen en zullen ook deze crisis overwinnen’, zegt economisch adviseur Le Dang Doanh.

Kraanmachinisten bij half voltooide bouwwerken hebben al maanden vrijaf. In nieuwe fabriekshallen staan nog geen machines en lopende banden. Dure ‘expats’ worden vervangen door goedkopere krachten en in enkele maanden tijd werden in Vietnam 350 kantoren met vertegenwoordigers van buitenlandse bedrijven gesloten. Export en toerisme lopen terug. Er is een overvloed aan lege hotelkamers en appartementen.

Toch bevindt Vietnam zich nog steeds in de luwte van de Aziatische crisis, die het land 3 miljard dollar aan inkomsten scheelt. De verwachte economische groei dit jaar bedraagt 4%, weliswaar de helft van de voorafgaande jaren, maar in het Azië van dit moment is dat toch een opmerkelijk resultaat.

‘Korte termijn krediet bestaat hier niet en er is geen aandelenbeurs. De dong is geleidelijk gedevalueerd met 17% dus Vietnam werd enigszins gevrijwaard voor paniek’, zegt Ivo Havinga, economische adviseur van de Europese Unie bij het ministerie van planning in Hanoi. Maar de noodzaak voor het krachtig doorvoeren van hervormingen neemt door de crisis wel toe terwijl de regering na het 12 jaar geleden ingezette proces van doi moi – het in gang zetten van het hervormingsproces – juist een pas op de plaats had willen maken. Zij is bevreesd dat het allemaal te snel gaat en de economische vooruitgang meer politieke vrijheden zal eisen.

‘Pogingen om de hervormingen te versnellen moeten aan de realiteit worden aangepast,’ waarschuwt plaatsvervangend 1e minister Nguyen Tan Dung. Maar Havinga is juist van mening dat de sanering van de 6.000 staatsbedrijven, waarvan 3/5 met verlies opereert, sneller moet worden doorgevoerd. 3/4 van de leningen in buitenlandse valuta wordt in de staatsbedrijven gepompt.

Het ontwikkelen van een arbeidsplaats in de staatsbedrijven kost 18.000 dollar. In het midden- en kleinbedrijf 800 dollar. In het laatste rapport van de Wereldbank wordt Vietnam gewaarschuwd dat als er niet meer nadruk komt te liggen op de ontwikkeling van het platteland de sociale onrust in de komende tijd zal toenemen en het gevecht tegen de armoede achterop dreigt te raken. In een aantal arme provincies heeft de bevolking de laatste maanden openlijk geprotesteerd en werd het leger ingezet om de zaak te sussen.

De donorlanden van Vietnam hebben al aangekondigd minder geld beschikbaar te stellen als de economische hervormingen niet sneller worden doorgevoerd. Er moet volgens hen een betere wetgeving komen om investeringen te beschermen, wetgeving ook om piraterij van merkartikelen tegen te gaan. Er moet sneller toestemming komen voor investeringen, vrijer verkeer van valuta uit bedrijfsresultaten en het tegengaan van smokkel, corruptie en protectionisme. De banken kampen met 14% niet op tijd terugbetaalde leningen en moeten verder worden gesaneerd.

De Wereldbank zegt in het rapport ‘kansen benutten’ dat Vietnam op minder buitenlands kapitaal kan rekenen. Voor volgend jaar verwacht de bank slechts 500 miljoen dollar aan investeringen tegen 8,5 miljard dollar aan toegezegde investeringen in 1996. Dit houdt volgens het rapport een groot gevaar in dat de armoede weer zal toenemen tenzij de regering erin slaagt het opgeborgen goud (geschatte waarde tussen de 10 en 20 miljard dollar) uit de matrassen te krijgen en de eigen bevolking te interesseren voor investeringen in de privé-sector.

Voor de oud-ideoloog van het leger, generaal Tran Do, was het heel duidelijk.

Hij vroeg dit voorjaar: ‘Hebben we een ontwikkeld land nodig, waar voldoende voedsel is en kleding en vrijheid en geluk? Of willen we een land weliswaar met een socialistische koers, maar zeer arm?’. De generaal kreeg een officiële berisping, maar enkele maanden later besloot de regering om 1.700 dorpen aan te wijzen waar het lot van de allerarmsten moet worden verbeterd.

Vietnam is ondanks jaren van spectaculaire groei (9%) en hulp (2,4 miljard dollar dit jaar toegezegd) een arm land. Gemiddeld inkomen ligt op nog geen 300 dollar per jaar. Op het platteland, waar 80% van de 75 miljoen mensen leven, loopt dat inkomen terug tot ver onder de 100 dollar per jaar.

‘Er wordt daar hard gewerkt, maar toch blijven de burgers daar arm en dus ongeduldig’, zegt de economische adviseur van de communistische partij Le Dang Doanh. Sommigen houden hem voor een ‘dissident met een vergunning’, maar deze zaterdagmiddag komt hij terug van een commissievergadering die het plenum van de partij voorbereidt en wekt hij de indruk dat zijn opvattingen ook daar gedijen.

‘Ik heb een half uurtje vrij af gekregen van het Centraal Comité om u te zeggen dat de bevolking hier toch zwaar wordt getroffen door de Aziatische crisis. Na alles wat we in de oorlog hebben meegemaakt verdient met name de plattelandsbevolking een betere toekomst. Daar moeten ze nog steeds aan alles mee betalen: aan een betere weg, aan een school, aan een medisch kliniekje, aan watervoorziening, aan elektriciteit, terwijl dat in de steden, waar de bevolking het toch al goed heeft, allemaal voorradig is. Die interne barrières voor ontwikkeling moeten we wegnemen. De bureaucratie nekt ons, de douane is corrupt. Op iedere container staat een prijs om hem uit de depots te krijgen en de douane werkt maar van 09.00 tot 10.30 uur.’

Le Dang Doanh geeft aan dat zijn landgenoten het moeilijk hebben om toegang te krijgen tot staatsinstellingen. ‘Er mankeert nog het 1 en ander aan de persvrijheid. Onze producten als kleding en schoenen elektronische apparatuur, rubber, thee, koffie en suiker daar moeten we de kwaliteit van verbeteren om meer te kunnen concurreren op de wereldmarkt, zeker nu elders de prijzen terugvallen door grote devaluaties zoals in Thailand en Indonesië en Maleisië.’

Hij is er vast van overtuigd dat Vietnam er opnieuw bovenop komt: ‘We hebben de oorlog gewonnen tegen de Amerikanen. We kunnen het, maar we zien nog veel obstakels en tekortkomingen. Op het platteland wordt slechts 3% van alle bestedingen gedaan en wordt slechts 1,2% ook werkelijk uitgegeven. Te weinig mensen hebben vakkennis en we ontwikkelen die te traag. Op het platteland, daar zal het moeten gebeuren.’

Daar gebeurt het al ten dele. Vietnam is het 2e rijstexport land ter wereld met 3,6 miljoen ton op een productie van 28 miljoen ton. In een aantal provincies met name in het Zuiden, in de Mekongdelta, slagen de boeren erin nu 3x per jaar te oogsten. Zij werken op uiterst kleine stukjes grond vaak ver van elkaar gelegen, maar het opengooien van de markt heeft hen geholpen, hoewel de tussenhandel en de staatsbedrijven meer van hun arbeid profiteren dan zij zelf.

Vietnam wil meer gaan investeren op het platteland, waar staatsbedrijven een dominante positie innemen en de privé-sector zich moeilijk ontwikkelt en er maar niet in slaagt voldoende kapitaal aan te trekken.

Volgens ontwikkelingsexpert Adrie van Gelderen zal voor de groei in Vietnam veel afhangen van het herstel in de grote Aziatische landen (Korea, Japan). ‘Gaan die zich straks weer richten op investeringen elders of zijn zij gedwongen eerst aanpassingen in eigen land door te voeren. Het ging hard in Vietnam en de verwachtingen waren zeer hoog gespannen. Je zag bedrijven snel verdwijnen, maar andere bedrijven weer even snel komen. De glans is er nu wat af, het elan wat gedeukt, maar misschien is dat zo slecht nog niet. Het kon niet blijven gaan zoals het ging. Het potentieel van het land met deze nijvere bevolking is niet echt aangetast.’ – NRC Handelsblad, door Willebrord Nieuwenhuis [18.12.1998]