Nijmeegse software geeft Vietnam-doden een naam

Een enorm project gaat ruim 500.000 doden uit de Vietnamoorlog aan een naam helpen – en familieleden aan gemoedsrust. De software ervoor is ontwikkeld in Nijmegen.

Een Amerikaanse soldaat bij de lichamen van Vietnamezen
April 1968: een Amerikaanse soldaat bij de lichamen van Vietnamezen. Met dna uit Vietnamese massagraven gaat een indentificatieproject bepalen in welke familie stoffelijke overschotten het best passen.

De rolluiken van het computerlokaal zijn dicht. Buiten genieten studenten op de campus van de Radboud Universiteit Nijmegen van de middag zon. Binnen zwoegen 6 forensische wetenschappers uit Vietnam deze maandag op ingewikkelde statistiek. Ze zijn op cursus bij Smart Research, een spin-off van de universiteit, en leren omgaan met de identificatiesoftware Bonaparte. Elk heeft een dikke handleiding, op de schermen flikkeren cijfers en stamboompjes voorbij. In iedere stamboom is 1 telg roodgekleurd: de UI, unidentified individual.

Deze wetenschappers staan voor een monsterklus. 500.000 doden uit de Vietnamoorlog zijn nooit geïdentificeerd. Dit jaar begint een grootschalig project om de onbekende doden van een naam te voorzien, door hun dna-profielen met die van nog levende nabestaanden te vergelijken. Het is het grootste identificatieproject ooit.

MH17 en Marianne Vaatstra

Willem Burgers van Smart Research kijkt toe. Hij geeft vaker zulke trainingen. Bonaparte wordt onder meer gebruikt door het Nederlands Forensisch Instituut en bewees zijn waarde na de ramp met de MH17 en in het onderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra.

Voor het Vietnamese project is Bonaparte bij uitstek geschikt, aldus Burgers. In de Vietnamoorlog sneuvelden veel soldaten kinderloos en hun ouders zijn nu doorgaans overleden. Er is dus geen directe familie om hun dna-profielen mee te matchen. Burgers: ‘Bonaparte vergelijkt het profiel van een slachtoffer niet 1 op 1 met een naaste, maar in 1 keer met alle familieleden van wie het profiel bekend is. Dat kunnen dus ook een nog levende achterneef en achternicht zijn.’

Een netwerk met knooppunten

Ter toelichting tekent Burgers een stamboom. ‘Het is als een netwerk met knooppunten. Het dna-profiel van het ene knooppunt voorspelt een bepaalde kans op een dna-profiel in een ander punt. Hoe meer knooppunten je met dna-informatie kunt vullen, hoe beter je de kans op een bepaald profiel in een ontbrekend punt kunt voorspellen.’ Met dna uit de lichamen in de talloze Vietnamese massagraven kan het programma inschatten in welke familie een stoffelijk overschot het best past. Het is alsof je een los puzzelstukje in precies de juiste van 500.000 verschillende legpuzzels past.

Huyen Tran puft even uit met een kop thee. Zij is hoofd van het Centrum voor dna-identificatie aan het Biotechnologisch instituut in Hanoi, dat het initiatief voor het identificatieproject nam. Ze krijgen veel verzoeken van nabestaanden om hun overleden familielid op te sporen, vertelt Tran. ‘In de Vietnamese cultuur is het enorm belangrijk zorg te dragen voor je overleden familieleden. Je kent geen gemoedsrust als je een overledene niet ten grave hebt kunnen dragen. Als we een dode hebben kunnen identificeren, barsten de familieleden geregeld in tranen uit.’

Toch heeft het jaren geduurd voor de Vietnamese overheid groen licht gaf voor een grootschalig project. De kosten waren te hoog en aan de kwaliteit van de onderzoekstechnieken werd getwijfeld.

300 jaar oude dode

‘Van onze techniek is de kwaliteit nu aangetoond’, zegt Tran. Bovendien dringt de tijd, ook bij de nabestaanden beginnen de jaren te tellen. Daarnaast gaan de stoffelijke resten in het vochtige klimaat snel achteruit. Tran: ‘De restanten van een dode uit de Vietnamoorlog zijn qua forensische kwaliteit vergelijkbaar met een Europese dode van 300 jaar oud.’

Dit najaar schrijft de Vietnamese regering een oproep uit aan alle nabestaanden van oorlogsslachtoffers om dna af te staan. Met die gegevens en de Bonaparte-software gaan Tran en haar team aan de slag om de 500.000 doden van een naam te voorzien. ‘Als een arme Vietnamees geld heeft, besteedt hij het soms nog eerder aan het familiegraf dan aan een huis,’ aldus Tran. ‘Dat laat wel zien hoe belangrijk ons project voor de nabestaanden is.’ – Volkskrant, door Mickey Steijaert [12.05.2016]