Het Verdriet van Vietnam: ‘Zoveel bloed vergoten. En waarvoor?’

Hij kreeg geen toestemming naar Londen te komen voor de presentatie van The Sorrow of War (Het Verdriet van Vietnam), de Engelse vertaling van zijn boek en van die vertaling bezit hij alleen maar de omslag. ‘Vietnamese schrijvers genieten wel een zekere mate van vrijheid maar mogen in het algemeen het land niet uit. De autoriteiten zijn bevreesd dat we dan te luid en misschien wel te duidelijk praten.’

Bao Ninh (42), een voormalig Noordvietnamees, won in 1990 met dit debuut de nationale prijs van de Vietnamese Schrijversbond. Zijn verslag, het eerste uitgebreide relaas van een Noordvietnamese soldaat, over de oorlog tussen Noord- en Zuid-Vietnam, was snel uitverkocht. Het was moeilijk om een nieuwe druk te maken. Privé-personen en collega-schrijvers gaven Ninhs boek uit in een bescheiden oplage. Erkende uitgevers waagden zich er niet aan. The Sorrow of War werd vaak gefotokopieerd en is pas in 1994 in vertaling in Engeland uitgekomen.

‘Dat laatste is belangrijk, want dan kan jij het tenminste ook lezen. Het wordt langzamerhand tijd dat de wereld meer begrip krijgt voor wat wij hebben gedaan en wat wij hebben geleden. Je zult het misschien niet zo zien, maar ons lijden heeft bijgedragen aan de beëindiging van de Koude Oorlog. Wij Vietnamezen uit het Noorden en het Zuiden hebben dat gedaan. Nu staan de giganten niet meer tegenover elkaar. De ideologie is uitgehold. Dat lees je ook in mijn boek.’

Hij schenkt zelfgemaakt vruchtensap in hoge bekers. Zijn werkruimte aan de westelijke rand van Hanoi is bescheiden in een wat vervallen huizenblok, zwart beton, verveloze balkons en in het trappenhuis ruikt het naar afval en urine. Zittend onder het schoolbord waarop zijn zoontje Engelse woordjes heeft geschreven zegt hij: ‘Je draagt de oorlog met je mee. Je wilt telkens opnieuw begrip vragen voor die verschrikking. Daarom zijn die vertalingen belangrijk; mijn boek komt straks ook in het Frans uit en een mooie vrouw uit uw land die hier op bezoek was (uit zijn tekstverwerker haalt hij vrij snel de naam Carolijn Visser) heeft me beloofd dat ze haar best zal doen dat er ook een Nederlandse vertaling uitkomt.’

Cultuur

Bao Ninh (pseudoniem voor Huong Phuong, zoon van een professor in de taalwetenschap) is blij met de aandacht die het Westen weer voor Vietnam begint te krijgen. ‘Het is natuurlijk prachtig. Jullie uit het Westen komen met veel geld, dat is ook nodig. Investeringen, handel, herstel. Maar het gaat niet alleen om de economie. Zoveel cultuur verwoest, zoveel tempels aan diggelen, zoveel kunstschatten geroofd of kapot. Hoe herwinnen wij het elan dat we hadden? Ook die elementen zijn nodig voor onze wederopbouw en ook daar hebben we jullie hulp bij nodig.’

‘Onze jongeren moeten op de hoogte blijven van het glorieuze verleden van ons land. De landen uit het Westen moeten onze eeuwenlange bijdrage aan de beschaving opnieuw onder ogen krijgen. Ook dat is wederopbouw.’

Die oorlog tussen Noord en Zuid ziet Bao Ninh meer als een strijd tussen broeders dan als een meedogenloze interventie van de Amerikanen. En over de vrede die het Vietnam uiteindelijk heeft gebracht, is hij bijzonder sceptisch. Zelf mengde hij zich op 17-jarige leeftijd in de strijd en vocht 10 jaar lang. In zijn boek ontkent hij echter dat jonge Vietnamezen maar al te graag de strijd opzochten. ‘Niet de jonge mannen en vrouwen hielden van de oorlog, maar al die anderen zoals de politici, mannen van middelbare leeftijd met hun vette buiken en hun korte beentjes. Niet de man in de straat.’

De hoofdpersoon in The Sorrow of War is een Noordvietnamese kapitein, Kien genaamd, die in het zuiden vecht samen met 500 soldaten. Na 10 jaar keert hij terug, met slechts 10 man, van wie er later 6 zelfmoord plegen. In 1975 krijgt Kien opdracht werderom naar het zuiden te gaan, nu om de stoffelijke overschotten van kameraden op te sporen. Hij is dan getuige van de overgave van Saigon.

Op het vliegveld Than Son Nhut ziet hij een jonge soldaat, die als overwinnaar het lichaam van een overleden Zuidvietnamees meisje wil doorzeven met kogels. Dronken van de overwinning kleden andere soldaten het meisje aan met een jurk die zij in haar koffer vinden. Het beeld van het zeulen met het lijk van die jonge vrouw blijft Kien lang bij. Hij is verontwaardigd over het gedrag van zijn medesoldaten. Dat de overwinning zo gevierd wordt schrikt hem af.

Na het ruimen van de lijken van zijn Noordvietnamese medesoldaten in het Zuiden keert Kien terug in Hanoi. Hij zoekt zijn schoolvriendin op die hij op 17-jarige leeftijd heeft moeten verlaten. Maar de oorlog heeft zulke diepe wonden geslagen, dat de relatie gedoemd is te mislukken.

De roman is sterk autobiografisch. Bao Ninh rekent af met de communistische propaganda die wilde dat de heroïsche strijders uit het noorden na de overwinning thuis werden opgewacht door juichende patriotten, vol lof over hun grote successen. ‘Maar terug van het front was er een gemeenschappelijk gevoel van bitterheid. Er waren geen trompetten voor de zegevierende soldaten, geen trommels en geen muziek. Er was slechts minachting. Het grote publiek en de gezagsdragers lieten de soldaten in de steek. Ze werden betast om te kijken of ze oorlogsbuit bij zich hadden. Ieder vakje van hun rugzak werd geopend, alsof de spullen die buit waren gemaakt na de overname in het zuiden alleen bij de soldaten terecht waren gekomen.’

En kapitein Kien vervolgt: ‘Op ieder station blèrden de luidsprekers, die de oren van de gewonden pijn deden, boodschappen voor de zieken, de blinden, de invaliden, de malaria-troepen met witte ogen en grijze lippen, die geïnstrueerd werden om de geest van verzoening te vergeten, en de warmte en hartstochten te ontkennen van wat was overgebleven van de Zuidvietnamese samenleving. En zich vooral te wapenen tegen het idee dat het Zuiden dapper had gevochten en op een of andere manier verdienstelijk was geweest.’

Chaos

De chaos in het hoofd van kapitein Kien maakt het lezen van het boek niet gemakkelijk. Kien, die na de oorlog alles van zich wil afschrijven, maakt gebruik van uitgebreide flashbacks, waardoor de historische volgorde moeilijk is te achterhalen. Het heeft er de schijn van dat Bao Ninh zich met opzet van die techniek bedient om de wanorde als gevolg van de traumatische oorlogservaringen tot uitdrukking te brengen.

Op zijn zoektocht naar de lichamen van zijn omgekomen kameraden – zij zullen worden herbegraven in hun geboortedorp, zodat hun ziel niet langer in het zuiden hoeft rond te dolen – vraagt Kien aan de vrachtwagenchauffeur die hem terugrijdt naar het Noorden wat hij nu van de vrede denkt. ‘Welke vrede?’ zo luidt de tegenvraag. ‘Bij deze vrede heeft het volk zijn masker laten vallen en toont het zijn werkelijke, afschuwelijke gezicht. Zoveel bloed vergoten, zoveel levens geofferd. En waarvoor?’ – NRC Handelsblad [23.04.94]