Close

7 februari 2001

Relatieve vrijheid

Ho Chi Minh City is een grote stad, met volwassen problemen. Als buitenstaander is het moeilijk om de stad en haar inwoners te leren kennen. Zelfs de statistische gegevens zijn nauwelijks te doorgronden en de waarden verschillen naar gelang de bron die wordt geraadpleegd.

De broeiende onrust, ontevredenheid, ongelijkheid en schrijnende misstanden worden zonder uitzondering toegedekt met de rode mantel der liefde, die de heilstaat met veel tamtam in haar kranten etaleert.

Vietnam is het land van Independence – Freedom – Happiness. Als je die vele lachende gezichten op straat ziet, zou je het bijna nog geloven ook.

Onafhankelijk, het is maar hoe je het bekijkt. Het land gaat niet meer gebukt onder de dwingelandij van een koloniale regering of bezettingsmacht. Eerst werden de Fransen in mei 1956 bij Dien Bien Phu verslagen en bijna 20 jaar later vluchtten de laatste Amerikanen het land uit. Ook de Chinezen konden het in 1979 niet van het Vietnamese veteranenleger winnen. Niet veel later rolde hetzelfde Vietnamese leger het schrikbewind van Pol Pot in Cambodja in 3 weken op. Maar kun je jezelf onafhankelijk noemen als de economische groei van je land afhankelijk is van buitenlandse investeerders?

Vrijheid is een relatief begrip. Wie is er vrij en wat betekent dat? Het land is vrij van buitenlandse invloeden, maar het individu? Vrije verkiezingen worden niet uitgeschreven. Je mag openlijk je geloof belijden, maar je kunt maar beter geen religieus leider zijn. Natuurlijk heb je recht op een eigen mening over politiek, maar die kun je in het openbaar maar beter voor je houden, want verklikkers hebben scherpe oren. Je bent vrij om handel te drijven op straat, te ritselen, maar dan moet je wel de juiste politiemensen zo nu en dan wat geld toesteken, anders is het met het zakendoen snel over. Toch schijnt het steeds beter te gaan, het was ooit erger  …

Geluk is niet voor iedereen weggelegd. Toch staat dat hoog in het vaandel. Niet verwonderlijk, want dat is tenslotte wat ieder mens bovenaan zijn verlanglijstje heeft staan. Een beetje happiness. Sommigen streven het huiselijke geluk na, trouwen en verwachten dat daarna alles beter gaat. Veel gehuwden blijven echter nog lang bij hun ouders wonen en de kersverse bruid krijgt er naast haar werk nog wat zorgtaken bij. Emancipatie moet hier nog worden uitgevonden.

Ook van de loterij wordt veel verwacht. Wie maar een paar loten tussen zijn stompen kan klemmen of door een gebrek aan benen net boven de tafels op de terrasjes uitkomt, verkoopt loten. Al dan niet winnende loten zijn een bijna metafysische graadmeter van het geluk. Niet het bedrag dat wordt gewonnen telt, maar het winnen zèlf. Want dat geluk plant zich de komende dag voort of misschien wel een week, misschien zelfs een maand.

Weer anderen nemen het zekere voor het onzekere. Die schoppen tegen de groene omheining langs Pham Nhu Lao, steken hun arm met geld in de vuist geklemd door een gat en nemen een dosis heroïne in ontvangst. Een paar meter verderop hurken ze op straat neer en zetten een naald in hun vlees. Terwijl kleine druppels bloed uit hun arm sijpelt ervaren zij enkele seconden heel intens independence, freedom en happiness.