Close

2 januari 2001

Vietnamese nonchalance

Het nieuwe jaar is weinig gedenkwaardig begonnen. Maar wat wil je ook in de tropen? Toen het einde van het jaar naderde las ik met enige jaloezie in de virtuele Volkskrant dat het in Nederland sneeuwde en vroor.

Niet dat ik mijn alle dagen zon en temperaturen van minimaal 27 graden in Saigon wil ruilen voor de kou en ellende in Nederland … maar tijdens de feestdagen had de sfeer te lijden onder het gebrek aan tintelende oren en witte vingers tijdens het fietsen. Ik kwam er niet goed in, mijn gevoel voor tijd en ruimte was verdwenen, als sneeuw voor de zon.

Het ritme van de seizoenen kent in Vietnam maar 2 smaken … het is de droge of natte tijd. Alleen met behulp van mijn agenda wist ik rationeel dat het ‘deze tijd’ van het jaar was. Verder gingen de sentimenten die met deze feestdagen samenvallen aan me voorbij. Dat vond ik vooral een voordeel.

Met Oudejaarsavond kon er geeneens vuurwerk vanaf. Daarmee werd alle hoop op het hervinden van mijn ritme en tijdgevoel de bodem ingeslagen.

De verklaringen voor het vuurwerkverbod door de Vietnamese regering lopen uiteen. In rigide communistische stijl wordt beweerd dat ‘(…) de Overheid vindt dat het afsteken van vuurwerk maar geldverspilling is.’ Lariekoek als je het mij vraagt, want dan kun je ook de accijns op sigaretten verhogen. Dat is tenslotte ook geld van de arme man dat in rook opgaat. Een pakje Bastos kost echter slechts 3.000 dong (50 cent). Daarmee leer je het zinloze geld omzetten in rook niet af.

De andere verklaring is veel plausibeler en zal mensen uit Enschede zeker aanspreken. Vuurwerk is te gevaarlijk!

Vietnamese ambachtslieden hebben de neiging samen te klitten. Zo zijn er straten vol werkplaatsen met zijden kleding, grafmonumenten, schilderijen of ijzerwaren. In de meeste gevallen levert dat een vrolijk straatbeeld op, in andere gevallen stemt dat tot nadenken. In tijden dat vuurwerk nog legaal was bestonden er straten waar uitsluitend vuurwerk werd geproduceerd. Werkplaats naast werkplaats, tot hele dorpen aan toe, produceerde ambachtelijk vuurwerk. Met de hand, met de gebruikelijke Vietnamese nonchalance. Dat leidde te vaak tot grootschalige ongelukken, waarbij meer dan 1 werkplaats de lucht in vloog.

De Vietnamese overheid heeft daarom enkele jaren geleden de productie en het afsteken van vuurwerk verboden. In de wetenschap dat verordeningen en verscherpte maatregelen toch niet door de bevolking worden nageleefd.

Expats luiden het nieuwe jaar daarom in met het heffen van het glas en het beschaamd afsteken van ‘sterretjes’. Laf spul, dat niets onderstreept, laat staan het einde van weer een bewogen jaar in den vreemde. Bij wijze van vuurwerk wordt het jaar afgesloten met straf vloeibaar gedonder: cognac, whisky en exotische harde mixen.

Een opvallende mix is een bruin goedje met een ‘schuimkraag’. De barvrouw vult een hoog borrelglas voor de helft met Tia Maria en schenkt daarop voorzichtig een half glas Bailey’s. Daarna steekt zij het goedje in brand, laat het door de vlammen opwarmen en dan gaat een rietje door de laag Bailey’s. Het glas moet in 1 teug leeg. De ironische naam B-’52 laat over de uitwerking niets te raden over.