Close

29 juli 1998

Klim Perfume Pagoda

Nog steeds gaat in mijn ogen alles gesmeerd. De bussen zijn telkens op tijd, de reizen verlopen voorspoedig, de hotelkamers zijn in orde en de groep lijkt steeds hechter te worden.

Toch klinken er steeds vaker dissonante geluiden in de harmonie. Vooral de 2 lesbo’s zijn een bron van irritatie. Met hun Amsterdamse ‘gezellige’ opmerkingen weet vooral Lies mij telkens het bloed onder de nagels vandaan te halen, onder het mom van humor om te lachen. ‘Een grapje, weet je wel?’ Heel kinderachtig willen zij bijvoorbeeld niet spontaan met iedereen een bootje delen, omdat het zo uitkomt. Onder het mom ‘geen ruimte voor hun voeten te hebben’ werkten zij Gretha de boot uit (een vrouw van 65 jaar, altijd vriendelijk, maar af en toe aarzelend sprekend). Ik kan me best voorstellen dat je niet de hele vakantie iemand aan je wilt hebben klitten, maar voor een boottochtje van 3 kwartier, omdat het praktisch zo uit komt? Dat moet toch kunnen! Ik vind het kwetsend voor Gretha, terwijl niemand van de groep Lies en haar vriendin met hun geaardheid lastig valt. Het stel lijkt op het 1e gezicht aardig, vriendelijk en sociaal, maar feitelijk zijn ze egocentrisch en ongemanierd.

Ons uitstapje naar de Perfume Pagoda bestond allereerst uit een busreis van ruim 2 uur. Eerst slingerden wij met de bus door de aanzwellende ochtendspits. Steeds meer inwoners van Hanoi beschikken over een xe honda, waarmee zij zich massaal te pletter lijken te willen rijden. Daarna reden wij in onze bus een tijdlang door eindeloze rijstvlakten. Daarna doemden de eerste scherp afgetekende heuvels op.

In een dorpje in de omgeving van de tempel kocht ik de kaartjes. Met een boot gelast uit stalen platen voeren wij in een kort uur naar de landingsplaats nabij de tempel. Daarna moesten wij nog een uur lang over een keien trap klimmen om de top te bereiken. Daar lag de tempel verscholen in een aardspleet die toegang bood tot de lagergelegen grot.

De tempel bestond uit niet meer dan een reusachtige spelonk waarvan het plafond was begroeid met druipsteen ornamenten. Een monnik was bezig met het bewerken van dit druipsteen. Wat hij met deze sculpturen doet, was niet duidelijk, maar als hij ijverig doorwerkt, is er over een paar jaar geen stalactiet in de grot meer over.

Als 1e bereikte ik de top; dat was ik aan mijn eer verschuldigd. Al die nonsens van Lies over ‘wij zijn getrainde wandelaars’ hadden mijn competitiedrang geprikkeld. Ik doe het dus nog niet zo slecht op mijn gewone doc martens. Mijn paxen liggen nu bijna allemaal in bed, gaar en voor apegapen. Ongelooflijk hoe weinig sommigen kunnen hebben, maar ja, daarvoor gaan zij natuurlijk ook met een groepsreis mee.

Na een klein uur in de koele grot – de damp sloeg van mij af – ging ik weer bergafwaarts. De beheerders van de talloze stalletjes onderweg vroegen mij weer opnieuw of ik iets wilde drinken. En weer schudde ik mijn hoofd. Met mij liep het jongetje van de boot mee, met een emmertje ijs en blikjes frisdrank. Hij vroeg ‘schandelijke’ prijzen voor zijn handel, maar bewees zijn diensten als gids – ook de hele berg opgeklommen, op zijn plastic slippertjes – en niemand van mijn groep had iets van hem gekocht. Daarom kocht ik een flesje water en een blikje cola van hem, al had ik geen dorst. Hij moet tenslotte ook leven.

Vandaag moest ik de zon extra in de gaten houden. Het boottochtje en de klim en afdaling op de berg bood nauwelijks gelegenheid om voor de zon te schuilen. Nog altijd heb ik geen petje. Maar inmiddels heb ik een klein handdoekje gekocht, waarmee ook Vietnamezen vaak in hun nek lopen. Die heb ik over mijn hoofd gelegd en dat bood genoeg beschutting.

Hanoi, xxix juli ’98

Nog 2,5 uur voordat wij dit hotel verlaten en naar het treinstation gaan. Vandaag las ik in de Viet Nam News dat de noordelijke en centrale provincies langs de kust te kampen hebben met de droogste zomer van deze eeuw. Het is dus niet alleen heet, het is ook nog eens droog! Waterreservoirs koken droog, natuurlijke bronnen drogen op. Grote delen van de oogst dreigen verloren te gaan. Er zijn noodprogramma’s in werking gezet, maar de droogte moet niet veel langer gaan duren. Zo is er een ziekenhuis dat het waterverbruik naar 25 procent moest terugdringen. Particulieren moeten water kopen (1.000 dong per liter). Er heerst, kortom, een bijzondere situatie.

Ik verwacht dat de paxen morgenochtend bijzonder chagrijnig zijn. Ik heb ze al een beetje op de treinreis voorbereid, maar of dat genoeg is?